Over fluitenkruid en andere schermbloemen

Het fluitenkruid begint te bloeien. Over een week of wat zullen de Nederlandse bermen wit kleuren. Ik beschouw ze, samen met de boterbloemen, als een van de plantaardige hoogtepunten van het jaar. De schermen met de kleine bloemetjes worden wel met ragfijn kant vergeleken. Heeft u de bloemen wel eens met een loepje bekeken? Echt prachtig.

Fluitenkruid, Vijlen, 14 mei 2021

Fluitenkruid valt binnen de familie van de schermbloemigen en in Europa is hij in het voorjaar de eerste schermbloem die bloeit. Schermbloemigen – en in Nederland hebben we er nogal wat – ontlenen hun naam aan hun  samengestelde schermen met kleine bloemetjes. Hun blad staat verspreid en is samengesteld. Het blad is vaak sterk aromatisch, net als de zaden. Verder zijn ze meestal te herkennen aan hun holle stengels en aan hun penwortels.

Die penwortel en dat aroma kennen we heel goed. Met het zaad van anijs, koriander, komijn en karwij of het blad van peterselie, kervel, selderij, venkel en dille kruiden we ons eten. De wortels van de pastinaak, de peen of de wortelpeterselie zijn te koop bij de groenteboer. U begrijpt: allemaal schermbloemigen.

Zo wijdverspreid als het fluitenkruid is, zo zeldzaam zijn sommige andere soorten in Nederland en er staan er dan ook behoorlijk wat op de Nederlandse Rode Lijst. Het herkennen van de soorten is soms heel lastig. Iedereen herkent het fluitenkruid en iedereen kent het zevenblad en de grote berenklauw. Maar hoe hou je de dolle kervel, de fijne kervel, de echte kervel, roomse kervel, zwartmoeskervel en weidekervel uit elkaar? Best lastig hoor.

Heel handig in dit opzicht is de site van “De flora van Nederland” met zijn super-instructieve determinatiefilmpjes.

Fluitenkruid heeft een samengesteld scherm, dwz één groot scherm met aan de toppen van alle stralen nog weer kleine schermpjes. Vijlen, 14 mei 2021.

Juist bij schermbloemigen is het belangrijk om planten te herkennen want veel schermbloemigen lijken erg op elkaar en er zitten een paar zwaar giftige soorten tussen. De grote bereklauw en de dolle kervel vallen nog wel mee, maar de dodemansvinger, de gevlekte scheerling en de waterscheerling zijn een ander verhaal. Die moet u echt niet plukken. De dodemansvinger komt in Limburg niet voor, maar de waterscheerling vindt men regelmatig langs waterkanten in het noorden van Limburg. De gevlekte scheerling tot slot doet het in Nederland steeds beter en juist in Zuid-Limburg wordt de plant vaak aan getroffen op zonnige, vochtige, omgewerkte gronden. Ze houden van kalk, mergel en klei.

Ik las dat zes gram van het blad genoeg is om een mens te doden en in de Oudheid werd het gebruikt om mensen te vergiftigen. Het beroemdste voorbeeld is natuurlijk dat van de filosoof Sokrates die in het jaar 399 voor Christus ter dood werd veroordeeld en een gifbeker te drinken kreeg, met daarin – volgens de overlevering – een oplossing van gevlekte scheerling.

Plato, een leerling van Sokrates, heeft beschreven hoe dat in zijn werk ging en in de Griekse les op de middelbare school in Roermond stond zijn tekst op het programma. Ik moet eerlijk bekennen dat er weinig is blijven hangen van de meeste teksten die we moesten vertalen, maar deze ben ik nooit vergeten.

Sokrates had een aantal vrienden om zich heen verzameld en aan de man die de gifbeker bracht vroeg hij: “Vertel me wat ik moet doen, mijn beste, jij heb daar verstand van.” De man antwoordde: “Niets anders dan het opdrinken en wat rondlopen tot je een zwaar gevoel in de benen krijgt. Dan kun je gaan liggen en dan zal het gif vanzelf werken.”

Sokrates nam de beker en dronk hem rustig leeg. Zijn vrienden begonnen van de weeromstuit te huilen, waarop Sokrates zei: “ Hee, jongens, ik heb niet voor niets geen vrouwen uitgenodigd, hou toch op, ik wil geen huilbuien.” Vervolgens liep Sokrates een beetje rond tot zijn benen zwaar werden. Zoals geadviseerd ging hij op zijn rug liggen en hij bedekte zijn gezicht met een doek. De man die het gif had gebracht voelde af en toe aan zijn voeten en aan zijn benen. Hij kneep hard in Sokrates’ voet en vroeg of hij dat voelde. “Nee”, zei Sokrates. Daarna betastte hij zijn kuiten en zo voelend naar boven liet de man zien hoe Sokrates koud werd en stijf, en Socrates voelde zelf ook en zei, dat als het gif zijn hart bereikte, dit het einde betekende. Toen Sokrates tot op ongeveer de helft van het lichaam was verkild, nam hij even de doek van zijn gezicht en zei tegen zijn vriend Krito. “Zeg, Krito, we zijn Asklepios nog een haan schuldig. Vergeet niet hem die te bezorgen.” Hij trok de doek weer over zijn gezicht en dat was het einde.

Tja, wat zo’n lief ogend, wit, kantig bloemschermpje al niet vermag.

Over Hanneke Schreiber

Op het grensvlak van natuur en cultuur
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s