Verknipt

Tulipa_sylvestris_flower_130405

bostulp (Tulipa sylvestris)

Kent u de bostulp? Die sierlijkste aller sierlijkheden? Met haar ranke gestalte, haar langgerekte, licht gebogen stengel en die elegante goudgele bloemen? Zacht wiegend in de voorjaarswind? Ik vind de bostulp van een grote en tegelijkertijd innemende schoonheid. Alsof je de mooiste vrouw op aarde ineens langs je heen ziet lopen. Wow.

De  bostulp is de enige tulpensoort die we tot de Nederlandse flora mogen rekenen. Lang geleden is de soort vanuit Zuid-Europa hier mee naartoe genomen en vervolgens is hij op enkele plaatsen verwilderd. De meeste Nederlandse bostulpen staan momenteel in Friesland, op en rond kastelen en buitenplaatsen. In Limburg schijnt rond het kasteel van Well een aardige populatie te groeien.

IMG_1963

tulpen in bloemenstalletje Aken, 23 maart 2017

Maar nu wat anders. Eergisteren kwam ik in Aken langs een bloemenkraam. Die had de nodige bossen tulpen staan.  Tenminste, het duurde even voordat ik doorhad dat het inderdaad tulpen waren, want ze waren volstrekt misvormd. Frutsels, franjes, vlekken en rare kleuren; het leek wel alsof een bloemachtig iets aangevallen was door een schaar, waarbij de nodige druppels bloed waren gevloeid. Dat was schrikken. Waren ze echt? Jazeker. Gefascineerd door hun intense lelijkheid kon ik niet anders dan er een foto van maken. Later, thuis, bekeek ik de foto nog eens goed en dacht: van bostulp tot dit geval: wat hebben we in ‘s hemelsnaam toch met de tulp uitgevoerd?

Nederlanders zijn uitermate goed in het kweken van de meest uiteenlopende tulpenrassen en ze verdienen er een vermogen mee. Koop een bosje van tien dezelfde tulpen en je zult zien dat ze zeer gelijkmatig zijn, niet alleen qua kleur, maar ook qua lengte, vorm van de bloemknop, stand van het blad enzovoort. Dat is niet toevallig, want zo worden ze gekweekt. Het is handel. Het tulpenaanbod sluit aan bij de vraag en de vraag volgt een bepaald schoonheidsideaal.

Een schoonheidsideaal is afhankelijk van tijd en plaats. Zo hadden de Ottomanen hun favoriete naaldtulp en beschouwden de zeventiende-eeuwse Hollanders de gevlamde tulp als het toppunt van fraaiheid. Deze tulp kreeg, en krijgt, zijn gevlamde tekening door het deels ontbreken van rode of purperen pigmenten in de opperhuid, waardoor de kleur van de onderhuid zichtbaar wordt. Het gaat hier dus in feite om een gebrek. Tijdens de groei van de bloem worden deze vlekken in de lengterichting uitgerekt en voilà, daar is het typisch gestreepte of gevlamde effect. Je zou kunnen stellen dat de gevlamde tulp in wezen een gebrekkige tulp was, totdat iemand uitriep:   ‘Jee, dat is mooi!’ En vervolgens werden er hele fortuinen voor betaald.

Het was de Nederlandse bollenkweker Krelage, die in 1886 de grondslag legde voor de tulp zoals we die vandaag de dag graag zien. Hij maakte hiervoor gebruik van de zogenaamde breedertulp, een éénkleurige tulp,  die eeuwenlang als ondergrond voor de gevlamde variëteiten had gediend. Krelage waardeerde de breedertulp op zijn eigen merites en hij bracht hem onder een nieuwe naam, de Darwintulp, in de handel. Het was een langstelige, laatbloeiende tulp, en ik citeer: ‘ditmaal niet in bont, gestreept en gevlamd gewaad, maar in felle, zuivere kleuren in groote verscheidenheid.’[i] Op de Parijse Wereldtentoonstelling in 1889 plantte hij ze aan in de grootschalige, uniforme plantschema’s die we nu nog steeds tegenkomen in de Keukenhof of in de middenberm van Park Avenue in New York. Het blijkt een schoonheidsideaal dat al meer dan honderd jaar beklijft.

Andere tulpen, zowel gekweekte vormen als wilde soorten, werden gekruist met de Darwintulpen, wat leidde tot het verbluffende scala aan gecultiveerde tulpen dat tegenwoordig wordt aangeboden. In het register van de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor de Bloembollencultuur worden momenteel zo’n 5500 variëteiten vermeld.

Dat enorme aantal heeft te maken met een typische tulpeneigenschap, namelijk dat de tulp bij vermeerdering door zaad zeer variabel is. Komt echter uit het zaad een tulp tevoorschijn met deze of gene gewenste eigenschap – ook al vind ik hem in- en inlelijk – , dan kan die tulp via vegetatieve vermeerdering in principe eindeloos gekopieerd of gekloond worden. Het zijn deze klonen in hun uniforme jasje die vandaag de dag elk voorjaar de kleurrijke strepen in het landschap van de Bollenstreek trekken.

Over smaak valt niet te twisten, en zeker niet als er geld mee te verdienen valt. Maar ik hoop dat we niet evolueren in de richting van een ontploft bont, gevlekt, gevlamd én geknipt geval. Dat doet me namelijk een beetje verknipt aan.

[i] Bron: Ernst Heinrich Krelage, Bloemenspeculatie in Nederland. De Tulpomanie van 1636-’37 en de Hyacintenhandel 1720-’36. P.N. van Kampen & Zoon, Amsterdam 1942
Advertenties

Over Hanneke Schreiber

Op het grensvlak van natuur en cultuur
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s