Lentesneeuw

Ik weet het nog. Het was toen we in de Amsterdamse Hortus het nieuwe kweekhuis nog niet gebouwd hadden en er nog van die kleine, rottige kweekkasjes stonden. Een van die kasjes herbergde een collectie droogteplanten, hele bijzondere, van Zuid-Afrika, Madagaskar en de Canarische eilanden, in totaal zo’n tweehonderd mini-mini plantjes. Ieder jaar werd er vanaf eind april in dat kasje een kleine oorlog gevoerd. In april namelijk heeft de zon al veel kracht en als het in het kasje te heet werd, dan moest er gekoeld worden. Dat kon alleen door het openen van een stel dakramen. Als die met een hoop kabaal, piepend en krakend, waren opengedraaid kwam er – naast frisse lucht – ook een enorme hoop narigheid binnenwaaien.

IMG_2121

iepenzaadjes Raamgracht, Amsterdam, 12 april 2017

Wat was er aan de hand? De iepen in de straat hadden gebloeid. Ze hadden zaad gemaakt en dat zaad, zo licht als een veertje, woei met elke zuchtje wind onze kas in, boven op de plantjes. Dat begon eind april en duurde beslist wel een hele maand. Ik heb een tijd voor die collectie gezorgd en ik weet nog dat ik om de paar dagen 1 á 2 uur moest vrijmaken om met een pincet de potjes en de plantjes te ontdoen van de zaadjes, die werkelijk overal, tussen alle blaadjes, stekels en doorntjes vast bleven zitten. Gepeuter eerste klas. Emmers vol iepenzaad haalden we er weg.

Amsterdam is een iepenstad. De hele Westerse wereld kent de Amsterdamse grachtengordel en toen die in de 17de eeuw werd aangelegd, waren de bomen langs de grachten een belangrijk onderdeel van het ontwerp. De huizen, de bomen en de grachten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Naar alle waarschijnlijkheid werden er in eerste instantie lindes aangeplant, vanwege de zoete geur van de lindebloesem. Maar op enig moment is men planmatig  overgegaan op de iep en momenteel zijn er langs de grachten, op een enkele uitzondering na, alleen maar iepen te vinden. De stad als geheel telt er vandaag de dag zo’n 75.000.

Die maken elk jaar een heleboel zaad, hoewel, het ene jaar meer dan het andere. 2017 wordt een topjaar. Zelden zoveel zaad aan de bomen zien hangen en sinds een paar dagen begint het weer te dwarrelen. Het is van dat zaad dat, net als berkenzaad, overal in gaat zitten. De wind wervelt het alle kanten op, bij elke verandering van windrichting, hop, daar gaat het weer. In hoeken van straten ontstaan stuifduintjes met verdroogde zaadjes. Ze hebben geen ontzag voor de voordeur, ze waaien door de brievenbus en langs kieren en gaten zo naar binnen, het huis in. Veeg de boel naar buiten, dan waait het bij een volgend zuchtje wind weer terug. Niet tegen te houden, dat spul. Echt ellendig vond ik dat. Maar dat is verleden tijd.

Het was een Amsterdams kunstenaarsduo dat me van mening deed veranderen. Eind 2011 kwamen Saskia Hoogendoorn en Lieuwe Wijnands langs in de Hortus en vroegen of we met iets nieuws mee wilden doen. Stralend vertelden ze ons wat ze van plan waren en ik was meteen helemaal verkocht. Ze waren namelijk gefascineerd door al die iepenzaadjes die in de lente door de stad zweefden, ze vonden ze niet vervelend maar juist heel bijzonder en dat wilden ze vieren. Met een festival. Ze noemden het Catch the Springsnow: ‘vang de lentesneeuw’.

Met hun festival gaven ze me een nieuw perspectief. Wat ik altijd als overlast had ervaren, werd ineens speels, poëtisch en lenteachtig. Lentesneeuw, een cadeautje van de natuur, om een feestje mee te bouwen: het feest van de wervelende iepenzaadjes.

Dit jaar zijn we toe aan alweer de zesde editie van het Springsnow Festival. Het is alive and kicking. Onder andere is er een acht kilometer lange route langs alle iepenhoogtepunten van de stad, met daaronder natuurlijk de oudste, de hoogste, de dikste, de scheefste en de kleinste. De route loopt van het iepenarboretum in Noord tot aan de Hortus in de Plantage.  En ofschoon er nog andere activiteiten worden georganiseerd, is het zeker ook de bedoeling om zelf een handje zaad op te pakken en gewoon maar eens de lucht in te gooien. Ik wacht nog altijd op de eerste heuse iependouche. Daarbij stel ik mij een soort fontein voor die een maand lang iepenzaadjes de lucht in spuit en waar je dan onder mag gaan staan. Liefst op het Museumplein. Dat lijkt me fantastisch.

Over Hanneke Schreiber

Op het grensvlak van natuur en cultuur
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s