Foute boel

Sinds jaar en dag kijk ik op televisie graag naar alles wat groen is. En dan bedoel ik niet zozeer de natuurfilms, want die zijn altijd o zo serieus, maar meer de algemene toepassing van planten, bloemen,  bomen en landschap bij reclames of films. Overal waar sprake is van een filmset, rekwisieten en dergelijke. Februari, met Valentijnsdag en met de uitreiking van de Academy Awards (Oscars), is wat dit betreft altijd een topmaand.

Eerst de Oscars. Naast alle prijzen voor de  beste films, de beste acteerprestaties en beste regie bestaat er ook een Oscar voor production design. Denk aan de artistieke leiding, het decorontwerp, het kostuumontwerp en de aankleding van een filmset. Iedereen die wel eens in Hollywood is geweest weet dat het vaak goedkoper is om alles (in een studio) in scene te zetten dan afhankelijk te zijn van de ongewisheden bij filmen-op-locatie. Elk shot in elke film wordt bewust voorbereid, maar het feitelijke “in scene zetten”, waarbij allerlei rekwisieten geselecteerd, gezocht, gemaakt, gevonden en op de juiste plaats in het shot neergezet worden, is een verhaal apart. En, kijk, daar komt de kunstbloem om de hoek kijken.

De beste regisseurs zijn natuurlijk wel gek om zich te laten verleiden tot het gebruik van kunstbomen of plastic planten in buitenopnames. Hoe krachtig was het shot met eik en wuivend korenveld in de film Werk ohne Autor, een van de genomineerde films. Niks geen kunstplant voor nodig. Fantastisch als een boom getoond wordt zoals hij is. Less = more.

IMG_4400

Foute boel, Vijlen, 28 februari

Ronduit lachwekkend wordt het wanneer we aan de andere kant van het production design-spectrum terechtkomen. Ik vat het maar even samen onder de noemer more = less. Tegelijk hilarisch en tenenkrommend is menig Duitse romantische film van zo’n 20 jaar geleden. Alleen al vanwege de bloemrekwisieten zijn ze de moeite van het bekijken waard. Wat dacht u van een scene in een bos, waarin het ene personage een ander personage aanmoedigt om wat van die heerlijke bosaardbeitjes te eten, terwijl het zonneklaar is dat tussen het gras een paar loeigrote gekweekte aardbeienplanten – rechtstreeks uit het dichtstbijzijnde tuincentrum  – slordig ingegraven zijn? Alleen een onnozele is onbekend met het verschil tussen gekweekte en wilde aardbeien. Foute boel zijn ook de veel voorkomende, goedgevulde rozenbogen, met een waterval aan bloemen in een onnatuurlijk felle kleur, in een tuin waarin de bomen nog maar net aan het uitlopen zijn. Het is zo ongelooflijk nep dat het weer interessant wordt. En een absoluut dieptepunt tot slot zijn de shots van schitterende Engelse krijtrotsen, waar de production designer heeft gemeend het beeld te moeten oppimpen door her en der in het gras een kunstbloem te steken. Grrrrr.

En dan nu nog even mopperen over Valentijnsdag. Ook dit jaar werden we weer gebombardeerd met reclames waarin vrouwen rode rozen krijgen. Het lijkt wel of elke vrouw gepredestineerd is om haar neus in een rode roos te steken. Die neus móet erin. Een gotspe natuurlijk, want de rode rozen die je in de winkel koopt ruiken niet, die worden niet op geur gekweekt. Als proef op de som liep ik speciaal voor u, o lezer, in de week voor Valentijnsdag elke bloemenwinkel binnen die ik tegenkwam, in totaal zo’n twintig. De rode rozen waren massaal voorradig, maar er was er geen die geurde zoals de reclames dat suggereren. Nee mevrouw ….. maar die roze …. die geurt wel! Dus, snelle reclameboys, hou nou toch eens op met het ruiken aan rode snijrozen.

Vaak wordt gezegd dat er bijna geen rode rozen zijn die lekker ruiken. Dat klopt niet. Een telefoontje met een van de bekendste Nederlandse rozenkwekers (kwekerij De Wilde in Zutphen) leert dat er best wel geurende rode tuinrozen zijn. Zij adviseren bijvoorbeeld Rosa ‘Duftzauber’, Rosa ‘Isabella Renaisssance’, Rosa ‘Ingrid Bergman’ (goed voor 3 Oscars!) of Rosa ‘Naheglut’. Als u in het huidige plantseizoen een van deze rozen in uw tuin plant, dan kunt u over een jaar uzelf overgeven aan de extase van het ruiken. Net als de onnavolgbare Bianca Castafiore die van professor Zonnebloem een rode roos aangeboden kreeg: “Lieve mevrouw, mag ik u deze bescheiden Crimson Glory aanbieden….?”. “Mmmmm, wat een heerlijke geur! Ruik eens kapitein …… adem eens diep in ….. is het niet verrukkelijk?” “AUW! Duizend miljard bommen! …. Een wesp!…. Ik ben gestoken…… .”

Ruiken in juni, dus. Planten in februari/maart. En overigens is de – inderdaad geurende – Rosa ‘Crimson Glory nog steeds te krijgen.

Advertenties

Over Hanneke Schreiber

Op het grensvlak van natuur en cultuur
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s