kennistuin

In twee maanden tijd is het regelmaat geworden: elke dinsdag wordt Nederland door onze premier bijgepraat over de stand van zaken rond het coronavirus. Het is duidelijk dat de overheid het beleid strak in handen heeft én dat de regering zich laat bijstaan door kennisinstituten zoals het RIVM. Jaap van Dissel is in de laatste tijd een vertrouwd en vertrouwenwekkend gezicht geworden.

detail titelpagina pharmacopoea amstelredamensis

Titelpagina Amsterdamse farmacopee, detail. Uitgave 1636.

Nu staat het huidige coronavirus niet op zichzelf. Want, of we willen of niet, epidemieën horen onvermijdelijk bij het leven op deze aarde. We waren het vanwege onze welvaart al vrijwel helemaal vergeten, maar Europa is eeuwenlang gegeseld door pokken, pest, cholera en tering; telkens met hele hoge sterftecijfers en een samenleving op halve kracht.

Ik neem u mee naar het begin van de 17de eeuw, naar Amsterdam. Daar maakten artsen en apothekers zich zorgen om de staat van de gezondheidszorg en ze probeerden het stadsbestuur ervan te overtuigen om meer grip op de geneeskunde te krijgen. Zo had de stad in de eerste decennia van de eeuw bij tijd en wijle erg veel last van de pest. Alleen al tijdens de uitbraak van 1635 werden er 17.193 doden geteld. Doorn in het oog van de artsen daarbij was, ik citeer “de groote ongeregeldheid die er bij de apothekers is in ’t prepareren der medicamenten”. Ze vonden het een puinhoop: het aantal apotheken was erg groot en er was nauwelijks toezicht.  Door angst en onwetendheid hadden kwakzalvers bovendien vrij spel. Wat dat betref is er in bijna vier eeuwen niet veel veranderd, want ook nu zijn er nog van die gevaarlijke idioten die spoelingen met ontsmettingsmiddelen voorstellen.

Mais enfin. Volgens de overlevering stelde de Amsterdamse arts Nicolaas Tulp op 18 april 1635 tijdens een etentje met vakgenoten voor om een nieuw receptenboek voor geneesmiddelen op te stellen. Alle apothekers in de stad moesten zich daar dan vervolgens strikt aan houden. Tulp, die een paar jaar eerder al was vereeuwigd in dat wereldberoemde schilderij van Rembrandt, wendde zijn reputatie aan om het stadsbestuur van de noodzaak te overtuigen. Dat lukte. Met de assistentie van zes andere artsen stelde hij het boek samen en één jaar later, in 1636, werd het als standaard ingevoerd. Het boek werd bekend onder de naam Amsterdamse farmacopee (Pharmacopoea Amstelredamensis) en het bestond grotendeels uit lange lijsten recepten en planten.

detail pharmacopee p. 27

Amsterdamse farmacopee, p. 27: recept voor een hyssopsiroop.

Ziet u de parallel? Net als nu namen overheid én wetenschap destijds de gezamenlijke verantwoordelijkheid om goed voor ons te zorgen. Tulp kunnen we gerust vergelijken met Van Dissel en het Amsterdamse stadsbestuur met onze huidige overheid.

Terug naar 1636. Alle apothekers van de stad werden dus verplicht om volgens de Amsterdamse farmacopee te werken. Inspecteurs gingen aan de slag om toezicht te houden op de naleving, maar al snel bleek hoe droevig het gesteld was met het gemiddelde vakmanschap. Veel apothekers hadden moeite met latijn en met het herkennen van de kruiden en planten die de basis waren voor de geneesmiddelen. Wat had je aan een nieuw receptenboek als je geen invloed had op scholing en kennisniveau? Niet veel. De inspecteurs adviseerden om een apothekersgilde op te richten dat verantwoordelijk moest worden voor zaken als opleiding, toetsing en nascholing. Omdat plantenkennis het hoofdvak was diende het gilde te beschikken over een tuin met planten die in de farmacopee vermeld stonden. De geschiedenis leert dat het gilde er kwam, en de tuin ook.

In het voorjaar van 1638 ging hij open. Het was een echte kennistuin, want men leerde er de verschillende soorten planten herkennen en wat hun toepassing was. Gebruikte je de wortel of de bloem? Of misschien het toch het blad? Was de plant onderdeel van een samengesteld geneesmiddel of kon het ook sec gebruikt worden? Werd het uitwendig of inwendig toegepast? Het is leuk om te bedenken hoe menig student daar voorovergebogen naar planten heeft staan kijken en bij zichzelf heeft gedacht: “Hoe ga ik dat in godsnaam ooit onthouden”.

De Amsterdamse tuin heeft de pestepidemie ruimschoots overleefd. Hij ontwikkelde zich tot algemene plantentuin en kreeg al snel de naam Hortus Botanicus. De tuin uit 1638 is tot op de dag van vandaag een van de lievelingen van de stad Amsterdam. Mede dankzij zoiets naars als de pest.

Elk nadeel heb zijn voordeel, zeggen ze dan.

Over Hanneke Schreiber

Op het grensvlak van natuur en cultuur
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s